Wim Suurbier, aan wie ik geen herinneringen heb

Ach, dode voetbalhelden. Dat schrijft lekker. Vooral als de dode voetbalheld een leven heeft waar iets over te vertellen is, en zo’n leven had Wim Suurbier. Ik ril al als ik denk aan de in memoriams, het Frank Heinen-proza (Een baard van drie dagen staat bijna niemand, behalve en zo voort), de Henk Spaan-constante (Het was in de vijfde minuut van AJAX-Heracles, 1976. Suurbier, die tot dan toe vooral opviel door niet op te vallen, besloot de kicksen van Garrincha aan te trekken en zo voort).

Melancholische verhalen over dode mensen die vroeger erg getalenteerd waren, ze zijn onverdraaglijk, want rusten op een fundament dat is gebaseerd op een verlangen naar iets dat vroeger minder leuk was dan het in de herinnering is geworden. Ik weet nog goed, toen we in het bordeel waren, en dat Wim toen zei: Die ene meid lijkt wel roder dan die andere – nou ja, de hele enchilada.

Aan Wim Suurbier heb ik geen herinneringen. Nu hij dood is, kan ik niets over hem vertellen. Ik herinner me hem zelfs niet van voetbalwedstrijden, ooit op televiesie gezien. De finales van 1974 en 1978? Geen Suurbier. AJAX? Niets. Ik was in de jaren zeventig PSV-fan (en ben dat nog). Zelfs zijn tijd bij Sparta kan ik me niet herinneren. Suurbier is voor mij altijd een herinnering geweest, een herinnering van anderen. Suurbier is de verhalen die over hem worden verteld: een leven vol humor en achteloosheid. Wel lekker, niet echt leuk en met een tussen de verhalen passend einde.

Nee, wacht, ik heb toch een herinnering aan Suurbier. Dat wil zeggen: een afgeleide herinnering. Ik zie zijn ex-vrouw Maya voor me, als ik mijn ogen sluit en even doorblader naar de juiste pagina van De Nieuwe Revu, een blad dat wij in de Leesportefeuille hadden. Ze werd in 1978 tijdens het WK ondervraagd. Over hoe ze de tijd doorkwam tijdens het WK, zonder Wim. Haar antwoord was geloof ik nogal doorsnee (het zou wel lukken, maar als hij thuiskwam…). Het zijn vooral de bij de tekst geplaatste foto’s die ik me nog herinner.

Zulke vrouwen, met zulke kleren, hadden wij niet in Leveroy. Maya droeg doorzichtige jurken. Dat hoorde toen zo, in De Nieuwe Revu, ik vermoed dat Maya als fotomodel een zakcentje verdiende, om de tijd die Wim weg was te overbruggen. Ik heb haar interview wel honderd keer gelezen en bekeken. Daarbij mijmerend over voetbalroem en de aantrekkingskracht ervan op vrouwen. Op mooie vrouwen. En hoe ik ook mijn best doe: van Wim Suurbier herinner ik me verder niets. Arm geheugen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s