- vanaf 11 juni 2020 -

Vestdijks meesterschap begint waar de taal nog geen taal is

Simon Vestdijk is een groot schrijver, vinden de mensen die van Vestdijk houden. Nu ik samen met Rob van Essen romans van Vestdijk bespreek voor de DNC podcast, kan ik dat van harte bevestigen. Simon Vestdijk is een groot schrijver. Soms beginnen zijn boeken een beetje stroef, dat moet gezegd. Is hij eenmaal op gang, meestal na een bladzijde of 10, 20, dan krijgen het vertel- en schrijfplezier de overhand en kun als lezer gelukzalig achterover zakken in de leesstoel.

Komende donderdag bespreken we Pastorale 43, de verfilmde oorlogsroman. Omdat alles klopt tot het tegendeel bewezen is: Pastorale 43 boeit vanaf het begin. Vestdijk heeft de lezer meteen bij de strot en weet dat 280 dichtbedrukte bladzijden lang vol te houden. Hij doet wat hij (ook) heel goed kan: hij schetst de wederwaardigheden van kleine, burgerlijke mensen in moeilijke situatie. Wie is een held, en wie niet? Op wie kun je vertrouwen en wie kun je maar beter niet te lang recht aankijken?

In Pastorale is de Tweede Wereldoorlog aan de gang, maar meer nog de strijd om op een min of meer normale manier te overleven. En dat gaat niet altijd van een leien dakje. Vestdijk laat de lezer van zijn boek achter met het gruwelijke idee dat de oorlog verdacht veel op het normale leven lijkt. Het paradigma goed-kwaad ligt een beetje anders, meer niet. En zoals altijd zijn de mensen die de lul zijn in de oorlog net zo hard de lul.

‘Ik zou dat geen verzetsboek willen noemen,’ zegt Theun de Vries in dit filmpje. Die Vestdijk ervan beschuldigt dat hij geen betrokkenheid toont met het verzet. Laten we niet vergeten dat De Vries in 1948 en 1956 jubelde toen de Russen Tsjecho-Slowakije en Hongarije onder de voet liepen en in 1953 een loflied schreef op de massamoordenaar Josef Stalin. Een zeldzaam steile én betrokken schoolmeester, paradoxaal genoeg ‘goed’ in de oorlog, althans: beter dan Vestdijk. Die het in de literatuur dan weer met gemak haalt van De Vries, toch niet meer dan een veredelde streekromanbreier.

Een voorbeeld van Vestdijks superieure schrijfstijl in dit boek. De situatie: onderduikers zitten bij elkaar en één van hen vertelt over een verhoor dat hij heeft ondergaan:

… en stak zijn hand uit naar mijn bril, die ik hem toen maar gaf. Terwijl het verhoor gewoon doorging, hamerde hij met kleine tikjes de glazen kapot, tot er nog maar poeier van over was; heel verstrooid, schijnbaar zonder de opzet tot intimideren. Als inleiding tot een reeks van martelingen leek zoiets me perfect; je begint met het lichaam van je slachtoffer toe te takelen aan de alleruiterste periferie, daar waar het nog geen lichaam is.

 

6 reacties

  1. Wilbert

    Bedenk dat Vestdijk ‘verhoren’ in het Scheveningse Oranjehotel van nabij meemaakte

    • Chrétien Breukers

      Zeker. Maar ik probeer hier de rechtlijnige De Vries (een onaangenaam mens) en Vestdijk tegen elkaar af te zetten…

  2. Dick Vestdijk

    Ik zou Theun de Vries zeker niet onaangenaam of een Streekromanbreier willen noemen. Dat hij tot circa 1963 overtuigd partijlid en communist was zou hem volgens mij in het licht van de geschiedenis vergeven moeten worden. Zie ook http://www.svestdijk.nl/biografieen/inmemoriam-theun-de-vries.html en het daar aangehaalde stuk uit Theun de Vries’ Ketters.

    • Chrétien Breukers

      Geachte heer Vestdijk – iedereen zijn eigen mening en invalshoek; ik heb uw in memoriam met genoegen gelezen. En ik ben helaas nog niet helemaal van de mijne afgeraakt. Maar dank voor uw reactie.

  3. Erik

    Mooie en vooral inspirerende recensie die we in de dagbladen zelden of nooit (meer?) aantreffen. Dank!

  4. Ben

    “Laten we niet vergeten dat De Vries in 1948 en 1956 jubelde toen de Russen Tsjecho-Slowakije en Hongarije onder de voet liepen.”
    In 1948 wist de Tsjechische Communistische Partij op even slinkse als doortrapte wijze de macht te grijpen. Geen Rus te zien. Twintig jaar later besloten troepen van het Warschau Pact een einde te maken aan de Praagse Lente. De Russen bleven als onwelkome gasten. Na de Fluwelen Revolutie in 1989 moesten ze naar huis.

Laat een antwoord achter aan Ben Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2021 De Nieuwe Contrabas

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑