Zoek de hystericus in jezelf – Marc van Oostendorp antwoordt

Vanochtend schreef ik deze beschouwing,  die Marc van Oostendorp een reactie ontlokte. Ziehier:

Beste Chrétien,

Af en toe duik je op in mijn timeline en meestal is dat om jouw en mijn volgers erop te wijzen dat ik geen schrijver ben. Ik heb dat altijd een wat wonderlijke bewering gevonden en er verder nooit veel aandacht aan besteed, maar door je blogpost van 9 augustus jl. waarin de mededeling opnieuw voorkomt, meen ik hem wat beter te kunnen duiden. Continue reading

Je mag echt ALLES ter discussie stellen, behalve de dingen die Marc van Oostendorp liever niet bespreekt

‘Je mag van mij van alles en nog wat ter discussie stellen, maar niet de waarde van het lezen.’ – Soms grijpt de Neerlandistiek naar de handrem die hysterie heet, om een deel van het vakgebied te beschermen. Marc van Oostendorp, iemand die in zijn late jeugd meewerkte aan de digitalisering van een deel van de Nederlandstalige poëzie, waardoor een levensgevaarlijke ontwikkeling inzette, het lezen van het scherm, oh! het arme boek dat dreigde te verdwijnen, maar ja, Marc was toen hip en happening en alles van waarde moest nog weerlozer worden gemaakt, enfin, Marc van Oostendorp, de schrijver van de hierboven geciteerde zin, is in zijn column ‘De grottekening’ de handrem van dienst. Continue reading

Han van der Horst vindt MKB-ers fascisten – waarom?

Herinneringen zijn als Cees Nooteboom: je weet nooit precies wat er allemaal in zit en ze hebben de neiging te gaan liggen waar ze willen (en staan dan niet meer, of alleen met de grootste tegenzin, op).

Ik herinner me bijvoorbeeld een grapje van Freek de Jonge uit het begin van de jaren tachtig, dat eindigde met een sneer naar middenstanders. Als we naar middenstanders gaan luisteren, staan we binnen de kortste keren met de rechterarm omhoog Heil Hitler te schreeuwen. Ik parafraseer, maar zoiets was het. Continue reading

Reclame: Slot van Octavie Wolters

In 2017 verscheen het debuut van Octavie Wolters: Voorland. Ik schreef er een niet meteen dol-enthousiaste recensie over. Die is hier nog terug te lezen. Wie is Rob Kamphues? – dat vraag ik me na lezing van het stukje vooral af. Wie, oh wie? De auteur, Wolters dus, was niet blij met mijn goedbedoelde meningen. Daarna zijn we maar bevriend geworden – je moet toch wat, in dit leven. Continue reading

Lezen zet aan tot nadenken – een wc-eend-onderzoek van het boekenvak

Mijn naam is Chrétien Breukers, ik ben 55 jaar oud en ik lees. Dat doe ik al bijna mijn hele leven en ik ben er geen beter mens van geworden.

Ik lees al sinds ik zes jaar ben alles wat los en vast zit, en vanaf mijn dertiende of veertiende ben ik definitief overgestapt op literatuur. Ondanks mijn leeftijd ben ik niet afgestapt van de fictie – in tegenstelling tot veel leeftijdgenoten haal ik nog steeds mijn neus op voor (de meeste) non-fictie. Zo echt als het er in fictie aan toegaat: echter wordt het nooit. Continue reading

Antwoord Thomas de Veen op blogpost

Op 22 juli schreef ik een brief aan Thomas de Veen, literair redacteur bij NRC/Handelsblad. Die brief is hier terug te lezen >> Ik ontving antwoord van De Veen, dat staat hieronder:

Beste Chrétien,

Dank voor je brief. Ik verheugde me erop, toen ik de afgelopen week op vakantie was, en begon er dus met zin en interesse aan. En hij stelde niet teleur, al stoorden me tijdens het lezen je aannames, al aarzelde ik af en toe even over een formulering (was het lieve jonge hondje nou de treffendste metafoor die je voor Waterdrinkers getwitter kon bedenken?), en al snapte ik niet waar je oproep om een elite te vormen ineens vandaan kwam, maar goed, ik vond het geheel beslist smakelijk en overtuigend opgeschreven. Continue reading

Remco gaat nooit dood

Foto: C. Breukers

Iets meer dan een jaar geleden schreef ik een mild-ironische column over Remco Campert, die op mijn weblog te lezen is. Remco gaat nooit dood, de woorden van de al lang geleden gestorven Lucebert beginnen omineus te klinken.

Remco gaat nooit dood: vijf geleden zag ik Campert in Oud-Zuid, twee boodschappentassen in de hand, naar zijn huis schuifelen. Het leek wel of hij uit zijn leven schreed. Maar hij ging dus blijkbaar toch gewoon naar huis. Continue reading

Schrijven als Martin Bril – of niet; en hoe werkt dat eigenlijk?

Sommige schrijvers heb ik bewonderd en die bewondering is weggetrokken. Als mist, of als de damp die van pannen op het fornuis afslaat. Eerst is de mist er nog en dan schijnt de zon overal doorheen. Eerst hangt je kamer vol met damp, je ruikt een verhevigde eetgeur, en daarna (als je even wat anders hebt gedaan) is de kamer net zo helder en geurloos als een kwartier of twintig minuten eerder. Continue reading

Lesenswert – een ode aan Insa Wilke

Natuurlijk, het Lesenswert Quartett is een prachtig programma. Denis Scheck weet alles. Ijoma Mangold kan zo heerlijk meanderend nadenken en praten tegelijk; de gasten zijn altijd van topniveau. Maar de kern, het kloppende hart van het Lesenwert Quartett is natuurlijk Insa Wilke. Oh, Insa. Ik kan niet zeggen dat ik het altijd met haar eens ben, maar als ze – een paar zenuwvlekken in het gezicht, want het kost haar zichtbaar moeite om het woord te nemen of te opponeren – eenmaal van wal steekt is er geen houden meer aan. Insa neemt je, figuurlijk, in de armen en zegt dat het – hoewel de literatuur een slangenkuil is – allemaal goed komt. Alles. Het team is belangrijk en in het team is Insa spelverdeler en spits en herbergmoeder in 1. Ik zou dagen naar haar kunnen luisteren en kijken, wat onverstandig zou zijn, want dan had ik te weinig tijd om alle mooie boeken die ze aanraadt te lezen.