Antwoord Thomas de Veen op blogpost

Op 22 juli schreef ik een brief aan Thomas de Veen, literair redacteur bij NRC/Handelsblad. Die brief is hier terug te lezen >> Ik ontving antwoord van De Veen, dat staat hieronder:

Beste Chrétien,

Dank voor je brief. Ik verheugde me erop, toen ik de afgelopen week op vakantie was, en begon er dus met zin en interesse aan. En hij stelde niet teleur, al stoorden me tijdens het lezen je aannames, al aarzelde ik af en toe even over een formulering (was het lieve jonge hondje nou de treffendste metafoor die je voor Waterdrinkers getwitter kon bedenken?), en al snapte ik niet waar je oproep om een elite te vormen ineens vandaan kwam, maar goed, ik vond het geheel beslist smakelijk en overtuigend opgeschreven. Continue reading

Remco gaat nooit dood

Foto: C. Breukers

Iets meer dan een jaar geleden schreef ik een mild-ironische column over Remco Campert, die op mijn weblog te lezen is. Remco gaat nooit dood, de woorden van de al lang geleden gestorven Lucebert beginnen omineus te klinken.

Remco gaat nooit dood: vijf geleden zag ik Campert in Oud-Zuid, twee boodschappentassen in de hand, naar zijn huis schuifelen. Het leek wel of hij uit zijn leven schreed. Maar hij ging dus blijkbaar toch gewoon naar huis. Continue reading

Schrijven als Martin Bril – of niet; en hoe werkt dat eigenlijk?

Sommige schrijvers heb ik bewonderd en die bewondering is weggetrokken. Als mist, of als de damp die van pannen op het fornuis afslaat. Eerst is de mist er nog en dan schijnt de zon overal doorheen. Eerst hangt je kamer vol met damp, je ruikt een verhevigde eetgeur, en daarna (als je even wat anders hebt gedaan) is de kamer net zo helder en geurloos als een kwartier of twintig minuten eerder. Continue reading

Lesenswert – een ode aan Insa Wilke

Natuurlijk, het Lesenswert Quartett is een prachtig programma. Denis Scheck weet alles. Ijoma Mangold kan zo heerlijk meanderend nadenken en praten tegelijk; de gasten zijn altijd van topniveau. Maar de kern, het kloppende hart van het Lesenwert Quartett is natuurlijk Insa Wilke. Oh, Insa. Ik kan niet zeggen dat ik het altijd met haar eens ben, maar als ze – een paar zenuwvlekken in het gezicht, want het kost haar zichtbaar moeite om het woord te nemen of te opponeren – eenmaal van wal steekt is er geen houden meer aan. Insa neemt je, figuurlijk, in de armen en zegt dat het – hoewel de literatuur een slangenkuil is – allemaal goed komt. Alles. Het team is belangrijk en in het team is Insa spelverdeler en spits en herbergmoeder in 1. Ik zou dagen naar haar kunnen luisteren en kijken, wat onverstandig zou zijn, want dan had ik te weinig tijd om alle mooie boeken die ze aanraadt te lezen.

Bij Cindy Hoetmers Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar

Hoe gaat dat nou, lezen? Net zo chaotisch als schrijven. Toen ik vanochtend wakker was, wilde ik beginnen aan dit stuk; maar het is zaterdag, ik neem dan altijd uitgebreid de krant door (sinds ik een abonnement heb op de digitale Trouw en daarbij via Topics ook grote delen van de VolkskrantHet ParoolADDe Morgen, Het Laatste Nieuws en een trits regiokranten kan lezen een heel werk). Continue reading

Het contract tussen auteur en criticus – Brief aan Thomas de Veen

Beste Thomas de Veen,

De Nederlandse kritiek verlangt naar ‘grote boeken’.

De industrie stelt weinig meer voor, maar elk jaar moet er wel één boek zijn dat boven alle andere boeken uitsteekt. Het liefst een dik boek, waarin een ‘belangrijk thema’ wordt behandeld, een boek dat het goed doet op de salontafel (als die nog bestaat, wat ik niet zeker weet), een boek waar je mee kunt aankomen, het boek waarin de auteur (meestal een man, overigens) ‘al zijn thema’s heeft samengevat’, nou ja, enzoblablabla. Continue reading

Robert Schuit en Joubert Pignon

Ik zit met een vriend tegenover de CocoVan die aan de oever van de Moldau staat. We drinken home mad lemonade, waarin van alles drijft en ritselt. Terwijl we naar ons uitzicht kijken, lieve mensen die ook aan de oever van de Moldau zitten, de rivier, Slavia en het Nationaal Theater – de zon schijnt en het beloofde onweer is overgewaaid – komt het gesprek op de schrijver Joubert Pignon, die tegenwoordig weer wil operen onder zijn echte naam Robert Schuit. Continue reading

Bohumil Hrabal en Nymburk

We naderen Nymburk. Mijn gevoelens zijn alleen maar te omschrijven met dit bijvoeglijk naamwoord: plechtig. Bohumil Hrabal noemde de plaats waarin hij opgroeide als het zoontje van de beheerder van de plaatselijke brouwerij Het stadje waar de tijd stil is blijven staan, maar voor mij komt de tijd nu pas in beweging. Ik bezoek Nymburk voor het eerst (en waarschijnlijk voor het laatst). Continue reading