- vanaf 11 juni 2020 -

Auteur: Chrétien Breukers (Pagina 2 van 11)

Addendum 3: De onzichtbaarheid van Thierry Baudet

Thierry Baudet was gisteren onvindbaar. Daarom kon hij geen commentaar leveren op de verwachte zetelwinst van zijn FvD. Onzichtbaarheid is Thierrys toekomstige verdienmodel! Ik stel het me zo voor: tot 2025 blijft Thierry Baudet kamerlid, zonder ooit in beeld te komen. Voor een narcist misschien een moeilijke opgave, maar bedenk: je wordt, juist in die onzichtbaarheid, steeds groter. Mythischer en belangrijker. De noodzaak om in beeld te komen, om als de echte Thierry Baudet aanwezig te zijn in de openbare ruimte of op televisie, slinkt, slinkt, slinkt – en verdwijnt. Elke verkiezingsoverwinning viert hij, alleen, ergens, bijtend op het puntje van zijn tong. Ondertussen zit voormalig amice Theo Hiddema aan de wijn bij Freek Jansen.

Addendum 2: Heyligen Huyskens

Tegenover mijn geboortehuis staat een Mariakapel. Die is in 1919 gebouwd. ‘O Maria toon dat gij onze Moeder zijt’. Er stond een offerblok naast het beeld en soms werd die door bandieten leeggehaald. Soms verviel de kapel en soms werd de kapel opgeknapt. Het mooist was als er een kaarsje brandde in de avond. Je zag het lichtje flakkeren. Maria deed op zichzelf geen wonderen, maar als je het netjes vroeg was het onderhandelbaar. Ik lees over de kapel in Heyligen Huyskens, kapellen langs velden en wegen in Limburg. Een boek van Katja Boertjes & Arjen Eissens. Kempen Uitgevers, z.j. Een boek dat ik na een jaar of zeven uit een doos viste.

Addendum 1: Gestorven dichtbundels

Na een verhuizing pak ik dozen uit. Honderden dichtbundels gaan door mijn handen. Oude meuk die alleen ik nog bekijk of inkijk. Apart, het lot van dichtbundels — het is nog wreder dan dat van romans. Ze verschijnen, worden (meestal nauwelijks) besproken en dan verdwijnen ze in de muil van de tijd. Als je heel, heel veel geluk hebt ontfermt een bloemlezer zich over een gedicht van je. En dat is dan dat. De poëzie is een massagraf. Elke generatie telt één klassieke dichter, of eigenlijk: één klassiek gedicht. De rest is niet eens stilte.

VPROgids 2021/8: Katja de Bruin over De Nieuwe Contrabas podcast

Een debuut, een overgewaardeerd boek, een actuele discussie en leestips, dat zijn de ingrediënten van deze podcast over literatuur gemaakt door Chrétien Breukers en Hans van Willigenburg. Twee goed ingevoerde, belezen heren die hardop durven zeggen dat het (fotoloze) dagboek van fotograaf Stephan Vanfleteren pretentieuze kitsch is. Dat soort ongezouten meningen hoor je veel te weinig, tegelijkertijd zouden deze twee vijftigers wel iets meer tegengas mogen krijgen. Nu balanceren ze op het randje van zelfgenoegzaamheid. Niettemin een welkome aanvulling in de niche van de literaire podcast. (Katja de Bruin)

Joep van Ruiten prijst De Nieuwe Contrabas podcast

De Nieuwe Contrabas Podcast is een podcast waarin de literatuur serieus wordt genomen op een manier die zowel informatief, kritisch als vermakelijk is. Leerzaam en om te lachen. Soms nog luid ook. Kom er maar eens om in kranten, tijdschriften en de rest van het Nederlandse sprekende deel van het internet. Om met Patrick Demompere te spreken: de podcast is zeer geschikt, overigens, om het ene oor in en het ander oor uit te laten gaan op momenten dat het hoofd een frisse wind nodig heeft.

Lees zijn hele recensie op Woest en Ledig >>

Gedicht 6.3.2021: [anders anders bekend maar herkend toen] van Lucebert

Deze week verscheen Vaarwel, achtergelaten gedichten van Lucebert. De bundel bevat gedichten die Lucebert heeft ‘achtergelaten’ in het huis van Bert Schierbeek en Frieda Koch. Hij had daar enige tijd gewoond, eind jaren veertig, begin jaren vijftig. Schierbeek, Lucbert en Koch leefden enige tijd in een drietrapsrelatie, maar dat was niet houdbaar. Lucebert vertrok, en liet dus een deel van zijn oeuvre achter. In dit mooie artikel van Aleid Truiens, uit de Volkskrant, staat het verhaal van de relatie en de gedichten beschreven. Ik citeer: Lees verder

22 februari 2021: 125e geboortedag Paul van Ostaijen

Dit is een herpublicatie van een stuk, bij gelegenheid van Paul van Ostaijens 125e geboortedag vandaag.

Ik ken iemand die Paul van Ostaijen spaart. Mensen die boeken van schrijvers sparen, lezen niet. Tenminste, dat denk ik altijd. Lezen houdt maar van kopen af, zegt die vriend altijd. Het heeft jaren geduurd voordat ik die uitspraak thuis kon brengen. Pas na lezen van Verzonken boeken van Gerrit Komrij viel bij mij het kwartje: ‘De bibliofiel leidt een deerniswekkend bestaan. Geen sprank hoop dringt ooit in zijn leven door. Hij is een toonbeeld van geestelijke stilstand. Hij leest nooit eens een boek. Want lezen houdt maar af van kopen.’ Lees verder

Gedicht van 21.2.2021: Junkieverdriet van Jotie T’Hooft

Ja, dat was wat, de poëzie van Jotie T’Hooft. Hij stierf in 1977, ik ging net naar de middelbare school. Toen kende ik zijn werk nog niet, dat kwam later, begin jaren tachtig, de jaren van het wilde en ongecontroleerde lezen. T’Hooft werd mijn ‘eerste’ dichter, de eerste dichter van wie ik het verzamelde werk kocht. Ik zag de documentaire Junkieverdriet van René Seegers, Leon de Winter, Jean van de Velde op televisie. Leon de Winter was toen nog een echte schrijver, zó lang is dit allemaal al geleden.

Ik zag gisteren deze documentaire op YouTube en dacht na afloop: Misschien weer eens wat in T’Hooft lezen…

Lees verder

Gedicht van 20.2.2021: 1 (uit: Een goudvis) van Arjen Duinker

Dit schreef ik eerder op 18 december 2018 over Arjen Duinker, naar aanleiding van zijn in dat jaar bij uitgeverij Douane verschenen bundel Een goudvis. Onder het stukje neem ik het eerste gedicht uit de bundel op.

J.C. Bloem debuteerde in 1921, maar werd pas een jaar of 35 later een nationale poëzieknuffelbeer, toen de ooievaarpocket Doorschenen wolkenranden (een titel die aan een huidziekte doet denken) verscheen. Veel gedichten voor weinig geld, het werkte. Daarna was er geen houden meer aan. J.C. Bloem werd een dichter waar een ‘som van misverstanden’ omheen ontstond. Dát was nog eens een dichter. Een lijdende, lichamelijk grotendeels uitgeschakelde man die in vijf of zes klassiekers het ‘universele levensgevoel’ vastlegde. J.C. Bloem wás poëzie en poëzie was vanaf dat moment J.C. Bloem. Ik weet niet of hij nu nog veel wordt gelezen, maar ik weet wel dat hij veel is gelezen — en zijn invloed is tot op de dag van vandaag terug te vinden, in het werk van Menno Wigman bijvoorbeeld (deels ten positieve), of in het werk van Pieter Boskma (weerkaatst door een lachspiegel). Lees verder

Gedicht van 14.2.2021: Liefde van Gerrit Komrij

Toen mijn jongste dochter een jaar of zes was, kende ze dit gedicht van buiten. Soms begon ze het te declameren, bijvoorbeeld als we bezoek hadden. Dan zeiden mijn ex en ik dat ze nu eenmaal voorlijk was, die kleine. Natuurlijk had ik het haar geleerd, voor het effect; net als ‘Dinska Bronska’ van gisteren trouwens. Ze had iets met gedichten. Ze hield ervan. Voordat ze ging slapen, bladerden we altijd even door een bloemlezing.

In een interview met Trouw van gisteren, zei Ingmar Heytze: ‘Kinderen en poëzie gaan sowieso goed samen, het zijn de volwassenen die meestal de drempels opwerpen.’ Dat klopt. Kinderen begrijpen gedichten, ze interpreteren ze zonder ze kapot te maken. Lees verder

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2021 De Nieuwe Contrabas

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑