- vanaf 11 juni 2020 -

Auteur: Chrétien Breukers (Pagina 1 van 9)

22 februari 2021: 125e geboortedag Paul van Ostaijen

Dit is een herpublicatie van een stuk, bij gelegenheid van Paul van Ostaijens 125e geboortedag vandaag.

Ik ken iemand die Paul van Ostaijen spaart. Mensen die boeken van schrijvers sparen, lezen niet. Tenminste, dat denk ik altijd. Lezen houdt maar van kopen af, zegt die vriend altijd. Het heeft jaren geduurd voordat ik die uitspraak thuis kon brengen. Pas na lezen van Verzonken boeken van Gerrit Komrij viel bij mij het kwartje: ‘De bibliofiel leidt een deerniswekkend bestaan. Geen sprank hoop dringt ooit in zijn leven door. Hij is een toonbeeld van geestelijke stilstand. Hij leest nooit eens een boek. Want lezen houdt maar af van kopen.’ Lees verder

Gedicht van 21.2.2021: Junkieverdriet van Jotie T’Hooft

Ja, dat was wat, de poëzie van Jotie T’Hooft. Hij stierf in 1977, ik ging net naar de middelbare school. Toen kende ik zijn werk nog niet, dat kwam later, begin jaren tachtig, de jaren van het wilde en ongecontroleerde lezen. T’Hooft werd mijn ‘eerste’ dichter, de eerste dichter van wie ik het verzamelde werk kocht. Ik zag de documentaire Junkieverdriet van René Seegers, Leon de Winter, Jean van de Velde op televisie. Leon de Winter was toen nog een echte schrijver, zó lang is dit allemaal al geleden.

Ik zag gisteren deze documentaire op YouTube en dacht na afloop: Misschien weer eens wat in T’Hooft lezen…

Lees verder

Gedicht van 20.2.2021: 1 (uit: Een goudvis) van Arjen Duinker

Dit schreef ik eerder op 18 december 2018 over Arjen Duinker, naar aanleiding van zijn in dat jaar bij uitgeverij Douane verschenen bundel Een goudvis. Onder het stukje neem ik het eerste gedicht uit de bundel op.

J.C. Bloem debuteerde in 1921, maar werd pas een jaar of 35 later een nationale poëzieknuffelbeer, toen de ooievaarpocket Doorschenen wolkenranden (een titel die aan een huidziekte doet denken) verscheen. Veel gedichten voor weinig geld, het werkte. Daarna was er geen houden meer aan. J.C. Bloem werd een dichter waar een ‘som van misverstanden’ omheen ontstond. Dát was nog eens een dichter. Een lijdende, lichamelijk grotendeels uitgeschakelde man die in vijf of zes klassiekers het ‘universele levensgevoel’ vastlegde. J.C. Bloem wás poëzie en poëzie was vanaf dat moment J.C. Bloem. Ik weet niet of hij nu nog veel wordt gelezen, maar ik weet wel dat hij veel is gelezen — en zijn invloed is tot op de dag van vandaag terug te vinden, in het werk van Menno Wigman bijvoorbeeld (deels ten positieve), of in het werk van Pieter Boskma (weerkaatst door een lachspiegel). Lees verder

Gedicht van 14.2.2021: Liefde van Gerrit Komrij

Toen mijn jongste dochter een jaar of zes was, kende ze dit gedicht van buiten. Soms begon ze het te declameren, bijvoorbeeld als we bezoek hadden. Dan zeiden mijn ex en ik dat ze nu eenmaal voorlijk was, die kleine. Natuurlijk had ik het haar geleerd, voor het effect; net als ‘Dinska Bronska’ van gisteren trouwens. Ze had iets met gedichten. Ze hield ervan. Voordat ze ging slapen, bladerden we altijd even door een bloemlezing.

In een interview met Trouw van gisteren, zei Ingmar Heytze: ‘Kinderen en poëzie gaan sowieso goed samen, het zijn de volwassenen die meestal de drempels opwerpen.’ Dat klopt. Kinderen begrijpen gedichten, ze interpreteren ze zonder ze kapot te maken. Lees verder

Gedicht van 13.2.2021: Dinska Bronska van Karel van den Oever

Foto: Letterenhuis

In Plock bevindt zich een fabriek van de landbouwmachinefabrikant CNH. In deze fabriek, waar vroeger maaidorsers van het merk Bizon werden gemaakt, produceert men nu bepaalde modellen van New Holland. Dit wist ik niet, dit heb ik opgezocht op Wikipedia. Dinska Bronska kwam ook uit Plock, of Plocka. Het is een oud dorp, zegt de dichter Karel van den Oever. Kameelbruin als de steppe. Lees verder

De stilte van de wereld voor Bert Natter: Bach tot op het bot

Bert Natter is ook aan het podcasten. De zijne heet Bach tot op het bot en is onder andere hier te beluisteren. Ik ben nu bij aflevering drie en moet zeggen dat het zeer aangenaam luistert. En je steekt er nog iets van op. Over de botten van Bach bijvoorbeeld. De informatie over de reeks waarvan 15 delen staan gepland:

Waar zijn de beenderen van Bach gebleven? En wat komt er allemaal boven tafel als je ernaar op zoek gaat? Bert Natter, schrijver van de roman Goldberg, volgt het spoor in een serie van vijftien podcasts, Bach tot op het bot. Hij komt tot verrassende ontdekkingen over het gebeente van Johann Sebastian. Ook doet hij een poging om uit te zoeken hoe Bach tegenover leven en dood stond, waarbij hij stuit op onbekende verhalen over de grootste componist aller tijden.

Weissensee: een met boekenkasten gestoffeerde serie op Netflix

Dit weekend keek ik naar de serie Weissensee, tijdens de laatste dagen van mijn Netflix-abonnement. Het is allemaal heel mooi en goed gedaan en toch droevig en tot staren in de verte uitnodigend. De truc waarin je ‘de geschiedenis’ koppelt aan persoonlijk drama werkt én is soms een beetje afgezaagd, maar op een manier waarop goede vriendschappen af en toe afgezaagd kunnen zijn. Het was geen verloren tijd om te kijken. Lees verder

Gedicht van 7.2.2021: Sneeuw van Adriaan Morriën

Ik stond naar buiten te kijken. De sneeuw viel naar beneden in de plechtige stilte die bij sneeuw hoort. Het leek me een goed idee om plechtige gevoelens toe te laten. Maar ik had geen plechtige gevoelens. Ik had gewone gevoelens, weekendgevoelens, vrolijke en sombere gevoelens – het sneeuwde. Er was geen nieuwe wereld. De bekende wereld raakte niet afgedekt.

Vanochtend werd ik wakker van kindergeschreeuw. Ik keek opnieuw naar buiten. Auto’s met een hoed. Straten met een witte kraag. Voetsporen in het wit. Ik dacht: ‘Het is vandaag niet mogelijk om naar de Albert Heijn te gaan.’ Lees verder

Gedicht van 6.2.2021: ‘Hoe zij recht staat; dat ik zie’ van Hans Faverey

Vijf jaar en een paar maanden geleden schreef ik Voor de verre prinses, brieven bij gedichten. De reeks verscheen op Laurens Jz. Coster en in 2017 in boekvorm. Zelf was ik er erg tevreden over; daarna werd het lange tijd stil, tot ik vanochtend – in afwachting van de sneeuw – aan Hans Faverey dacht. En opzocht wat in in Voor de verre prinses over hem schreef. Ik citeer het hieronder. En oh ja: het boek is nog steeds te koop. Bestel het. Bij uw lokale boekwinkel. Lees verder

Gedicht van 31.1.2021: Dichterschap van Paul Rodenko

Dichters schrijven over het schrijven van gedichten. Het is onvermijdelijk. Ik lees dat soort gedichten graag. Meta is mijn tweede voornaam. Dichters lijden. Dat is even onvermijdelijk. Ook daar schrijven ze over. Mij is het beschreven leed niet snel te dol. Paul Rodenko was essayist en dichter, zijn hele leven hing van de dichtkunst aan elkaar. Hij dronk. Om niet te zeggen: hij zoop. Daarnaast plaveiden geldzorgen en gezondheidsproblemen zijn weg naar de hel, waarvan hij in 1976 op zesenvijftigjarige leeftijd het eindpunt bereikte. Lees verder

« Oudere berichten

© 2021 De Nieuwe Contrabas

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑