De liefde moet van twee kanten komen. Het leven ook.

‘De eerste keer dat trilobieten in het sediment verschijnen definieert de basis van het Atdabanien, ongeveer halverwege het Onder-Cambrium (521 miljoen jaar geleden).’

De jonge man die voor de deur van de supermarkt staat te kijken op zijn telefoon. Er vormt zich een rij. Niemand die iets zegt of doet. We wachten tot hij klaar is met naar zijn telefoon kijken.

Een app van iemand die in een hotel op me ligt te wachten.

Een droom over iemand die appt dat ze in een hotel op me ligt te wachten.

De app van iemand die op me ligt te wachten beantwoorden met: ‘Ik kan nu niet.’

De persoon die op je ligt te wachten en die niet boos wordt, maar appt: ‘Wanneer dan wel?’

Dromen zijn bedrog. Apps niet.

‘Nieuws: Mara Grimm wordt de nieuwe restaurantrecensent Het Parool: ‘‘Deze baan vraagt op dit moment extra grote zorgvuldigheid’’.’

Een droom over de manier waarop mijn geboortehuis wordt omgebouwd tot een paleis, en weer afgebroken.

Dingen zijn belachelijk of absurd, in de wereld van Johan Derksen.

‘Schatje, die man achter ons staat te wachten.’

Er zijn twee manieren om de omtrek van een cirkel te berekenen.

Lees mijn nieuwe boek. Kijk naar de recensies van mijn nieuwe boek. Koop mijn nieuwe boek. Dingen. Dinges.

‘Ik hoor van alle kanten hoe ‘‘moedig’’ ik wel ben om me te outen als blij lid van de Sant’Egidio gemeenschap en als bijwoner van hun liturgie. Dat zegt veel over de manier waarop naar godsdienst wordt gekeken. Voor alle duidelijkheid: zelf ervaar ik het niet als ‘‘moedig’’.’

Ik ga al jaren met enige regelmaat naar de kerk en ik schaam me elke keer kapot dat ik ga.

Als Babs Gons niet in de jury voor een literaire prijs zit, wordt ze zelf genomineerd.

En attendant Godot ( et un pneu de rechange).

Vragen die niemand durft te beantwoorden: ‘Heb je je wel eens afgetrokken terwijl je naar de foto van een facebookvriend(in) keek?’

Mijn moeder loopt mee naar de bushalte.

‘Ik loop hier rechtdoor. Straks kom ik weer door die straat. Als jouw bus er nog niet is, zie je me dan lopen.’

Ik wacht op de bus. Die is te laat.

Als ik zit, zie ik mijn moeder uit ‘die straat’ komen.

We rijden langs mijn moeder. Ze zwaait naar de bus, maar ik zie dat ze me niet ziet.

Ik zwaai overdreven lang naar mijn moeder die me niet ziet.

Eerst wilde ik schrijven: De busschauffeur geeft gas en overrijdt de bejaarde vrouw, mijn moeder, die er naar zijn zin te lang over doet om over te steken.

Ik schrijf dat niet omdat ik mijn agressie tegenwoordig anders heb ingericht.

‘Ik loop door de lange gang op zoek naar de deur met mijn naam tot ik er ben; ik open hem en trap hem aan de binnenkant weer toe. O, de vreugde een deur te hebben met Breukers erop, de vreugde dat mijn bestaan wat dit betreft volledig klopt.’

‘Ik heb maagzuur. Zullen we kaasgehakt eten?’

Max Verstappen slaat een Nederlandse vlag om zijn lijf.

De droom om ooit een Limburgse vlag om mijn lijf te slaan, nadat ik iets bijzonders heb gedaan. Hopelijk hoef ik dat nooit te doen.