Sommige boeken hebben weliswaar allerlei kwaliteiten, maar moeten helaas, om redenen die buiten het boek omgaan, toch vooral worden geroemd om hun noodzakelijkheid. Zo’n boek is De clan van Orbán van Hongarije- en EU-correspondent Tijn Sadée.
Het zou iedereen in Nederland deugd moeten doen dat dit boek er is. Al was het maar omdat we in de nieuwsmedia voortdurend over de nieuwste manoeuvres van de Hongaarse premier, bijna steevast in afkeurende zin, worden bijgepraat, zonder dat we enig idee hebben uit welke koker die als sabotage opgevoerde manoeuvres tevoorschijn komen. Dat probleem wordt door Sadée’s boek definitief opgelost. Hij beschrijft stapje voor stapje hoe de twintiger Orbán eind jaren tachtig, na de val van De Muur, verwikkeld raakt in een strijd om de macht en bereid is elk soort standpunt in te nemen en elk soort sentiment aan te wakkeren als hij meent dat het hem helpt de absolute top van de Hongaarse politiek te bereiken. Lees verder
Omdat ik in wezen een goed mens ben, en niet vies van een uitdaging, las ik voor het eerst in mijn leven een roman van Paul Gellings: Terug naar de Stichtstraat. Gellings is vertaler van het werk van Patrick Modiano en heeft ooit het werk van Rutger Kopland in het Frans vertaald – maar het is niet nodig om iemand met zijn jeugdzonden om de oren te slaan.
Waar gaan de boeken van Patrick Modiano over? Over niets, of in elk geval: over dingen die de hoofdpersoon niet meer weet – en zich opnieuw te binnen probeert te brengen. En over Parijs: bijna alle boeken van Modiano gaan over een stad die Parijs heet, waar de hoofdpersonen van Modiano in rondlopen en wonen. Parijs is ‘de stad’, een metafoor voor alle steden, steden in het algemeen, steden waarin mensen elkaar ontmoeten en kwijtraken.
Een boek dichtslaan kan samenvallen met het moment dat je tegen jezelf zegt: ‘Het zal niet slecht zijn. Maar aan mij ging het voorbij.’ Dat is wat ik tegen mezelf murmelde toen ik, op aanraden van een super coole vriendin, de nieuwe roman
Hans en Chrétien doen een korte nabespreking van de heidag, vieren de eerste successen ervan, nemen een grappig zinnetje van James Worthy onder de loep en contempleren, aangejaagd door Manon Uphoff, over de openbaarheid van literaire juryberaden. Een grote bespreking – en hoe! – is er van ‘Parade’, een knetterende toevoeging aan het oeuvre van Rachel Cusk. Tot slot tipt Hans een spannend economieboek van een techmiljardair. Luister, like en abonneer
De pen in het hart is het vijfde deel in de Thomas Meerman-reeks, na En in de nacht een riem, Praag aan zee, Hampelmann en Het wonderjaar. Een roman als het leven zelf, vol verhalen over een man en auteur en vader en minnaar die orde probeert te scheppen in een onverschillig en verwarrend universum..
Hans en Chrétien verwelkomen ‘Meneer L en het meisje’ (Wouter Godijn) in de Zomerboeken top-20 van de Volkskrant, nemen de carrièreswitch van schrijver Dimitri Verhulst onder de loep alsmede hun ontbrekende talent voor serieus geld verdienen. De grote bespreking gaat over ‘De blauwe jongen’ (Jean Giono) en verder stort het kernteam van de podcast zich op hun eerste echte heidag. Luister, like en abonneer.
Hans en Chrétien spreken over persoonlijk voornaamwoorden, nieuwe verkooptechnieken in de boekhandel, neokoloniale tendensen in vakantieverhalen en hilarische schrijversvideo’s. Een grote bespreking is er van ‘Lome dagen, vluchtig gezelschap’, een verhalenbundel van de Amerikaanse schrijver Eve Babitz. In de tiprubriek E.M. Cioran en Mathijs Sanders. Andere passanten: Femmy ten Cate, Jamal Ouariaichi, Maaike Bergsma en Jitske Wildschut. Luister, like en abonneer.
Hans en Chrétien registreren de ‘verse doden’ Wim Hazeu en (op herhaling) Jan Cremer, speculeren over de toekomst van AI-romans en rillen al bij het vooruitzicht van een nieuw, geschiedkundig werk van Geert Mak. De bespreking gaat ditmaal over de nieuwe roman van Arie Storm, ‘
Recente reacties