Thierry Baudet was gisteren onvindbaar. Daarom kon hij geen commentaar leveren op de verwachte zetelwinst van zijn FvD. Onzichtbaarheid is Thierrys toekomstige verdienmodel! Ik stel het me zo voor: tot 2025 blijft Thierry Baudet kamerlid, zonder ooit in beeld te komen. Voor een narcist misschien een moeilijke opgave, maar bedenk: je wordt, juist in die onzichtbaarheid, steeds groter. Mythischer en belangrijker. De noodzaak om in beeld te komen, om als de echte Thierry Baudet aanwezig te zijn in de openbare ruimte of op televisie, slinkt, slinkt, slinkt – en verdwijnt. Elke verkiezingsoverwinning viert hij, alleen, ergens, bijtend op het puntje van zijn tong. Ondertussen zit voormalig amice Theo Hiddema aan de wijn bij Freek Jansen.
Weet zeker dat Freek Jansen mijn stem op hem en FVD glans zal geven. Maandenlang door de ratten besnuffeld en toch blijmoedig zijn rug rechthoudend. Van zijn karakter en kennis zal de Tweede Kamer nog opkijken.
— Theo Hiddema (@THiddema) March 18, 2021
Tegenover mijn geboortehuis staat een Mariakapel. Die is in 1919 gebouwd. ‘O Maria toon dat gij onze Moeder zijt’. Er stond een offerblok naast het beeld en soms werd die door bandieten leeggehaald. Soms verviel de kapel en soms werd de kapel opgeknapt. Het mooist was als er een kaarsje brandde in de avond. Je zag het lichtje flakkeren. Maria deed op zichzelf geen wonderen, maar als je het netjes vroeg was het onderhandelbaar. Ik lees over de kapel in Heyligen Huyskens, kapellen langs velden en wegen in Limburg. Een boek van Katja Boertjes & Arjen Eissens. Kempen Uitgevers, z.j. Een boek dat ik na een jaar of zeven uit een doos viste.
Na een verhuizing pak ik dozen uit. Honderden dichtbundels gaan door mijn handen. Oude meuk die alleen ik nog bekijk of inkijk. Apart, het lot van dichtbundels — het is nog wreder dan dat van romans. Ze verschijnen, worden (meestal nauwelijks) besproken en dan verdwijnen ze in de muil van de tijd. Als je heel, heel veel geluk hebt ontfermt een bloemlezer zich over een gedicht van je. En dat is dan dat. De poëzie is een massagraf. Elke generatie telt één klassieke dichter, of eigenlijk: één klassiek gedicht. De rest is niet eens stilte.
Een debuut, een overgewaardeerd boek, een actuele discussie en leestips, dat zijn de ingrediënten van deze podcast over literatuur gemaakt door Chrétien Breukers en Hans van Willigenburg. Twee goed ingevoerde, belezen heren die hardop durven zeggen dat het (fotoloze) dagboek van fotograaf Stephan Vanfleteren pretentieuze kitsch is. Dat soort ongezouten meningen hoor je veel te weinig, tegelijkertijd zouden deze twee vijftigers wel iets meer tegengas mogen krijgen. Nu balanceren ze op het randje van zelfgenoegzaamheid. Niettemin een welkome aanvulling in de niche van de literaire podcast. (Katja de Bruin)
De Nieuwe Contrabas Podcast is een podcast waarin de literatuur serieus wordt genomen op een manier die zowel informatief, kritisch als vermakelijk is. Leerzaam en om te lachen. Soms nog luid ook. Kom er maar eens om in kranten, tijdschriften en de rest van het Nederlandse sprekende deel van het internet. Om met Patrick Demompere te spreken: de podcast is zeer geschikt, overigens, om het ene oor in en het ander oor uit te laten gaan op momenten dat het hoofd een frisse wind nodig heeft.
Deze week verscheen Vaarwel, achtergelaten gedichten van Lucebert. De bundel bevat gedichten die Lucebert heeft ‘achtergelaten’ in het huis van Bert Schierbeek en Frieda Koch. Hij had daar enige tijd gewoond, eind jaren veertig, begin jaren vijftig. Schierbeek, Lucbert en Koch leefden enige tijd in een drietrapsrelatie, maar dat was niet houdbaar. Lucebert vertrok, en liet dus een deel van zijn oeuvre achter. In
Dit is een herpublicatie van een stuk, bij gelegenheid van Paul van Ostaijens 125e geboortedag vandaag.
Ja, dat was wat, de poëzie van Jotie T’Hooft. Hij stierf in 1977, ik ging net naar de middelbare school. Toen kende ik zijn werk nog niet, dat kwam later, begin jaren tachtig, de jaren van het wilde en ongecontroleerde lezen. T’Hooft werd mijn ‘eerste’ dichter, de eerste dichter van wie ik het verzamelde werk kocht. Ik zag de documentaire
Dit schreef ik eerder
Toen mijn jongste dochter een jaar of zes was, kende ze dit gedicht van buiten. Soms begon ze het te declameren, bijvoorbeeld als we bezoek hadden. Dan zeiden mijn ex en ik dat ze nu eenmaal voorlijk was, die kleine. Natuurlijk had ik het haar geleerd, voor het effect; net als ‘Dinska Bronska’ van gisteren trouwens. Ze had iets met gedichten. Ze hield ervan. Voordat ze ging slapen, bladerden we altijd even door een bloemlezing.
Recente reacties