Ik verlang naar niets dat voorbij is terug

Een collega-schrijver en ik voeren een weemoedig gesprek.

Het gaat over de gretigheid waarmee we, vroeger, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, op donderdag in de kiosk stonden om de Republiek der Letteren (de boekenbijlage van Vrij Nederland) te kopen. Op vrijdag en zaterdag verslonden we de letterenbijlagen van Trouw, de VolkskrantNRC/Handelsblad en Het Parool. Zelfs de Haagse Post had mooie literatuurpagina’s. Over de inhoud werd druk gedebatteerd door de Titaantjes in spe, want dat waren wij toen wel: jongens, aardige jongens. Voornamelijk jongens. Continue reading

Over Walter Kempowski – Haben Sie Hitler gesehen?

Walter Kempowski (1929-2007) is een merkwaardige schrijver; ondanks zijn grote bekendheid in Duitsland hoort hij nergens echt bij: hij had een afkeer van de gladde praatjes van types als Günter Grass en lag daarom niet goed bij de literaire elite in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Hij was een echte alleenganger; zijn laatste woonplaats, Rotenburg in Nedersaksen, ligt ver weg en is zeer afgelegen. Continue reading

Lieve coronadoden: na uw sterven wordt er gelezen; dank!

Mensen die iets fijns zien in een crisis, daar moet je meestal voor uitkijken. Ze lijken een beetje op hoge militairen die je komen melden dat je kind niet voor niets gestorven is, maar voor volk & vaderland (&, optioneel, God). De hoge militair in dit stukje is Eveline Aendekerk, directeur van de CPNB. De op het veld van eer gesneefden zijn de Nederlandse coronadoden. De optionele God waar die mensen voor stierven: Leesbevordering. Continue reading

Wim Suurbier, aan wie ik geen herinneringen heb

Ach, dode voetbalhelden. Dat schrijft lekker. Vooral als de dode voetbalheld een leven heeft waar iets over te vertellen is, en zo’n leven had Wim Suurbier. Ik ril al als ik denk aan de in memoriams, het Frank Heinen-proza (Een baard van drie dagen staat bijna niemand, behalve en zo voort), de Henk Spaan-constante (Het was in de vijfde minuut van AJAX-Heracles, 1976. Suurbier, die tot dan toe vooral opviel door niet op te vallen, besloot de kicksen van Garrincha aan te trekken en zo voort). Continue reading

L.H. Wiener en de angst voor de dood

Zeeangst, zo heet de nieuwe roman van L.H. Wiener. De auteur, inmiddels 75 jaar oud, zou de grand old man van de Nederlandse literatuur zijn, maar de Nederlandse literatuur is no country for old men. Die hebben hun tijd gehad en moeten hun oeuvre uitzingen in relatieve eenzaamheid. Alleen Remco Campert heeft nog een godgelijke status. Campert is echter een grand old boy-ish figurine en geen oude man. En Jeroen Brouwers is onderhevig aan de Brouwers-paradox: hoe slechter de boeken die hij schrijft worden, hoe meer roem hem toevalt. Continue reading

‘Kijk daar staat ons pensioen’

Het droevigste en opwekkendste boekenverhaal dat ik ooit hoorde, gaat zo:

Een dichter, of nou ja, een nepotist van het zuiverste water die soms notities publiceerde die, als je je ogen half sluit en vervolgens schuin naar de letters kijkt in de verte op gedichten lijken, een dichter dus, een al wat oudere dichter, iemand die zijn loopbaan heeft zien eindigen in het grote niets waar literaire loopbanen soms wonen, een wat oudere dichter staat naast zijn vrouw, ook dichter, of nou ja bijna-dichter, en kunstcolumniste en eetschrijfster, dat is ze ook, van alle markten thuis is zij, die vrouw, een wat oudere dichter en zijn vrouw staan voor hun boekenkasten. De oudere dichter wijst op een lange rij eerste drukken, bijzondere uitgaven, bibliofiele dingen en parafernalia betreffende Simon Vestdijk. Hij zegt: ‘Kijk, daar staat een deel van ons pensioen.’ Continue reading

Stephan Vanfleteren heeft een baard (en een boek)

Stephan Vanfleteren heeft een boek geschreven en is op televisie. Ik kijk wel, maar kan me niet goed concentreren op wat hij zegt. Stephan Vanfleteren heeft niet alleen een nieuw boek, hij heeft ook een baard. En een imposante haardos. Ik kijk daarnaar, zoals een konijn naar het lamplicht. Wat een imposante baard, eh, man. Hoe zou het zijn om daar eens zacht overheen te aaien? Over die baard, of die haardos? Continue reading

Over Gerwin van der Werf en het morele kompas

Afgelopen zaterdag (4 juli 2020) verscheen de laatste Letter & Geest, de mooie boeken- en nadenkbijlage bij Trouw. Dat is een verlies, op zich, al komt er ongetwijfeld iets aardigs voor in de plaats. Bijlagen komen en bijlagen gaan, en het geklaag en/of geween over verdwijnende bijlagen blijft altijd bestaan. Wat ik hoop: dat Gerbrand Bakker, Leonie Breebaart en Janita Monna hun vaste rubrieken voort kunnen zetten (als ik het goed begrijp, is E.J. Harmens al na bewezen diensten ontslagen). En laat ons bidden: moge het vreugdeloze netwerkverschijnsel Rob Schouten of tot inkeer komen, of stoppen met het schrijven van recensies. Continue reading

Jérôme Gommers – niet-winnaar van de C. Buddingh’-prijs

De C. Buddingh’-prijs 2020 is niet gewonnen door Jérôme Gommers, voor zijn debuutbundel Momentums Laadklep, uitgegeven door de ogenschijnlijk speciaal voor Gommers opgerichte uitgeverij Tijloos. Door wie de prijs wel is gewonnen weet ik niet, maar Jérôme Gommers (wat is het toch lekker om een voornaam met twee accenten in te typen) had die prijs moeten winnen. Moeten, ik weet: het klinkt dwingend, maar hij had die prijs inderdaad moeten winnen. Ernestine Comvalius, Lies Van Gasse en Dieuwertje Mertens vonden van niet en zijn daarom allemaal Dick Rowe. Continue reading